Administratief recht

Stad Antwerpen teruggefloten door raad van state

Stad Antwerpen teruggefloten door raad van state

Voor eenieder die onze rechtstaat nauw aan het hart draagt en voor elke maatschappelijk en politiek betrokken burger, is de toenemende tendens van openbare besturen om steeds verder buiten de lijnen te kleuren van de scheiding der machten, al enkele jaren een bron van ergernis en vooral een reden tot ernstige bezorgdheid.

De stad Antwerpen is daarin misschien een voorloper, doch zij is zeker niet alleen. GAS- en andere retributiereglementen worden gebruikt om bestraffend op te treden, zonder dat justitie daarbij dient te worden betrokken.

Zonder justitie betekent – zeker in gevallen als deze – even vaak ook ‘zonder recht’. De scheiding der machten wordt door vele openbare besturen blijkbaar hinderlijk gevonden.

In twee dossiers waarin ons kantoor optrad voor cliënten die van een dergelijke vorm van machtsoverschrijding het slachtoffer werden, werd de betrokken bestuurlijke overheid door de Raad van State gelukkig terug naar af gestuurd.

Na vaststellingen van verkeersovertredingen werd de personenauto van A.D. op 23 januari 2020 bestuurlijk in beslag genomen door de lokale politie A.

Op 28 juni 2020 overkwam A.A. hetzelfde.

In beide gevallen besliste de burgemeester om het bestuurlijk beslag te verlengen en de vrijgave van de voertuigen o.a. te koppelen aan de verplichting om zich in te schrijven voor een sensibiliseringscursus en de betaling van de retributie voor de inbeslagname en de kosten voor de bewaring van het voertuig.

Voor zijn beslissing baseerde de burgemeester zich op de artikelen 133 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet op basis waarvan hij de bevoegdheid heeft concrete maatregelen te nemen om de verstoring van de openbare orde en veiligheid te voorkomen en zo nodig te herstellen.

Het probleem is echter dat in de meerderheid van dergelijke gevallen waarin wordt overgegaan tot de bestuurlijke inbeslagname van zogenaamde “patserbakken”, er op het tijdstip van de beslissing helemaal geen sprake meer is van een gevaar voor of een verstoring van de openbare orde en veiligheid. Het bestuurlijk beslag wordt dan overduidelijk alleen maar verlengd als een vorm van straf. Hetzelfde dient gezegd van de zogenaamde voorwaarden die dan worden opgelegd om aan dat beslag een einde te kunnen maken.

Evident mag de burgemeester zijn bevoegdheid om dergelijke maatregelen op te leggen niet misbruiken om burgers te straffen wanneer hij/zij dit nodig vindt. Dat is – gelukkig – nog altijd de exclusieve taak van justitie.

In twee arresten van 08.11.2022 heeft de Raad van State de stad Antwerpen om die reden terecht teruggefloten met het vernietigende oordeel dat “de bestreden beslissing niet [past] in het kader van een regelmatige – redelijke en evenwichtige – uitoefening” van haar bevoegdheden en dat het “er met de bestreden beslissing wezenlijk om te doen is om verzoeker te straffen en om hem letterlijk én figuurlijk een lesje te lezen”.

Het was naar het oordeel van de Raad van State dus de bestuurlijke overheid van de stad Antwerpen, die in deze nog een lesje te leren had. In beide arresten besluit de raad van State onomwonden dat “het […] een burgemeester evenwel niet toegelaten [is] om op grond van de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet bestraffend op te treden” en vernietigde daarom de beide beslissingen.

Openbare besturen staan niet boven de wet en dienen de scheiding der machten te respecteren, gelukkig maar.

Deze twee arresten van de Raad van State zijn dan ook een eerste stap in de goede richting om een halt toe te brengen aan de zorgwekkende tendens bij sommige openbare besturen om de grenzen hun bevoegdheden steeds flagranter met de voeten te treden of zelfs te misbruiken.

Of deze arresten bij een aantal openbare besturen ook zullen leiden tot een noodzakelijke mentaliteitswijziging en/of aanpassing van het beleid, blijft af te wachten.

Het team van Panthera.legal staat alleszins paraat en wij zullen blijven ijveren voor een correcte toepassing van de wet!